Meest voorkomende ijshockey termen in het Engels

Basiswoorden die je moet kennen

Goalie. Het woord alleen al doet je al een heel seizoen doorsnellen. In het Engels is het simpel: “goalie”. Korte naam, grote verantwoordelijkheid. ijshockeyonline.com heeft al talloze video’s waar je die jongen in actie ziet.

Schoten en slagen

Slapshot – het dikke, knallende schot dat elke verdediger doet sidderen. Eén woord en een heel heel moment. Wristshot, een soepelere draai, is de tegenhanger. Snap je dat? Snap je de kracht?

Wraparound, een term die klinkt als een warme jas, maar is een dodelijke beweging rond het net. Het is een kunst, een sprong, een draai, en soms een misser. Dan is er “snipe” – een snelle, precisie-schietbal.

Spelregels en straf

Penalty – simpel, maar fatal. Je zit een minuut in de “pen” en jouw team moet 5‑tegen‑5. Power play? Dat is het moment dat je de tegenstander een slag meer geeft – een kans om de netmep te breken.

Icing: de bal die te ver in je eigen zone wordt geschoten en zonder tegenstander wordt geraakt. Een flitsende beslissing door de scheidsrechter. Offside, het andere kant, een regel die je soms in slaap zónt, maar cruciaal is.

Strategische termen

Faceoff – de start van elke aanval, een duel van stokken. Het komt elke 20 seconden terug, net als een klok die nooit stopt. Breakaway, een een-op-een met de keeper, een filmische scène.

Checking – een harde bodycheck die je tegenstander de rug laat zien. Hard, hard, hard. “Body check” is de Engelse versie, en hij blijft een taboe voor de zachte spelers.

Special teams en meer

Hat trick – drie goals in één wedstrijd. Je ziet de hat, je hoort het publiek juichen. Een term die elke commentator prononceert met een glimlach. “Five‑on‑three” – een scenario waar je het allemaal wilt weten. Het komt voor in power plays.

Blue line en red line – de lijnen die het ijs delen. De blauwe markeert de aanvallende zone, de rode de neutral zone. “Cross the blue line” is een sleutelbegrip.

Slang en insider talk

“Skinny” – een dunne, snelle speler die iedereen kan ontwijken. “Dangle” – een fancy dribbelbeweging, een dans op het ijs. “Goon” – de ruwe speler die voor een bodycheck wordt ingezet. Deze termen horen bij de cultuur.

Waarom dit allemaal telt

Je zit in de kantine, je hoort een Engelse coach schreeuwen “Drop the puck!” – en je begrijpt het in één oogopslag. Je bent geen toeschouwer meer, je bent een insider.

En hier is de tip: noteer de tien termen die je het meest fascinerend vindt, oefen ze hardop, en gooi ze in je volgende gesprek. Dan zie je dat je echt meedoet. Doe het nu.

Het Boerenhuis